19-11-07

't is hier stil op mjn weblog en dat heeft zijn reden

Ik zit hier al een tijdje twijfelend achter mijn klavier. Hoe zou ik mijn boodschap brengen?
Met 'tataaaaa!' in de titel?
Dat is wel passend, maar is dat niet een beetje té?
Of vertel ik het heel gewoontjes: een korte aankondiging, als tussen neus en lippen door?
Dat is een beetje blasé, vind ik.
Of vertel ik eerst heel het verhaal, hoe het gekomen is en zo, met dan aan het eind de hoofdvogel?
Dat is te omslachtig!


Want ik ben in feite zo enthousiast dat ik het er meteen uit wil gooien, liefst nog met toeters en blazers en met tromgeroffel....want, en hou u vast:

IK HEB EEN UITGEVER!!!!!!
Lannoo gaat een boek van me uitbrengen!

Terwijl ik het schrijf krijg ik nog kriebels over mijn hele lijf. Kunnen jullie je dat voorstellen? Ergens in het voorjaar ligt er een boek van me in de boekhandel....Met mijn foto op de omslag en een mooie titel...
Ik kan het me in ieder geval nog niet echt voorstellen. Het is als een droom.
Dat kinderdromen uit kunnen komen!
De fotograaf is al langsgeweest en het omslagontwerp kreeg ik reeds toegestuurd ter goedkeuring.....Gewichtig dat ik me daar bij voel!
Eind december moet het af zijn.
Natuurlijk baseer ik me op mijn weblog, maar eigenlijk vertel ik mijn verhaal opnieuw, dit keer doorspekt met mijn kennis als psychotherapeut. En ik vertel dingen die ik op de weblog niet kon/durfde zetten.
Spannend hoor!

Toen ik zeven was schreef ik mijn eerste verhaaltje. Mijn pepe sloeg het proces gade en vroeg:

-boek

Freya'tje, denk jij eerst na over wat je zal schrijven of komt het zo, recht uit je pen op papier?
-Recht uit mijn pen, antwoordde ik hem, en toen, aarzelend: is dat wel goed, pepe?
-Dat weet ik niet, lieveke, 't is daarom dat ik het aan jou vraag. Het is de eerste keer dat ik een schrijver aan het werk zie.
Een schrijver.
Mijn pepe, die in mijn ogen stokoud was en alles wist, vroeg aan mij- de zevenjarige schrijver- hoe het proces van schrijven verloopt.
Kan je je voorstellen hoe ik me voelde groeien?
Sedertdien droomde ik er van schrijver te worden.  Ik schreef en ik schreef, maar geen haar op mijn hoofd dat er aan dacht dat dat ooit iets zou kunnen worden. Ik geloofde niet dat ik goed genoeg was om iets naar een uitgever te sturen. 

Beetje bang voor de desillusie, dat durf ik gerust toe te geven.
En nu, in de nasleep van de kankerzooi.....gebeurt er zo een wonder.
Het is alsof ik eerst mijn oude haar moest verliezen om nieuwe te krijgen, vóór er een haar op mijn hoofd aan durfde denken dat mijn schrijfsels voor publikatie vatbaar zijn.

En omdat ik nu zo intensief aan het schrijven ben, 
 heb ik steeds minder tijd om te schrijven op mijn weblog.  Dus nu weet je waarom het hier wat stil is. 

14:23 Gepost door Freya in Algemeen | Permalink | Commentaren (12) |  Facebook |

09-11-07

Angsthaas.

 Veertien dagen al weet ik dat hij er is.
Hij begint altijd als een klein eitje, zo onopvallend dat ik er gemakkelijk over kijk. En terwijl ik niet kijk, groeit hij.
Tot hij zo groot is dat ik hem voel bij elke beweging.
Ergens in mijn buik zit hij: een groot ei, met een heel sterke schaal. Onwrikbaar.

 

eiMijn verstand weet dat er een angsthaas in zit en begint er dan ook met alle kracht tegen aan te duwen om het weg te krijgen. Maar ze heeft er niet echt vat op. 
Dan schrijft mijn verstand de schaal vol met de redenen waarom ik bang ben geworden, alsof ik met deze toverwoorden het ei  kan'wegschamoteren'. Die redenen ken ik heel goed:
Het ei ontstond toen ik het boek las van Frieda Joris 'Ontboezemingen over borstkanker'. Veel van wat ik las was nieuw voor me, bijvoorbeeld dat metastasen in de oksel de prognose ongunstig beïnvloeden. En dat dokters soms verzwijgen wat ze werkelijk denken, namelijk dat ze je niet veel kans geven. Meteen denk ik: "heeft mijn oncoloog de waarheid tegen mij gezegd?"
Wat het ei deed groeien was een verhaal van mijn vriend Danny: hij vertelde veertien dagen geleden over zijn nichtje, die onlangs te horen kreeg dat ze uitzaaiingen heeft in de lever, de longen en de botten, twee jaar na de eerste bahandeling. Ze krijgt nu palliatieve chemotherapie. Dat wil zeggen: chemotherapie om het leven te rekken. Genezen is niet meer mogelijk.

Slik.

'Natuurlijk word je daar bang van,' vertelt me mijn verstand. ‘Maar het hoeft niet te betekenen dat het ook jou zal overkomen, niet?'
Dat helpt me om het ei even te negeren.
Maar het ei verdwijnt daarmee niet. Het blijft gewoon zitten.

‘Luister,' redeneert mijn verstand verder. ‘Je bent nu intensief aan dat boek van je aan het schrijven. Daarmee roep je al die enge gevoelens van verleden jaar weer op. Geen wonder dat je bang wordt. Maar verleden jaar is verleden tijd. Dat is angst van toen. Niet meer van toepassing nu.'

Het ei laat zich rustig volschrijven, maar het wordt er niet kleiner op.

‘En bovendien: waarom lees jij ook steeds boeken over mensen die borstkanker hebben gehad?' gaat het verstand verder. ‘Het is alsof je jezelf bang maakt. Hou daar dan ook mee op, dan zal de angst ook wel verdwijnen.'

Daar zit iets in, en ik probeer me uit alle macht op de mooie dingen van het leven te richten.

‘Jàààà! Goed zo!' moedigt mijn verstand me aan. ‘Afleiding zoeken! Je gedachten ergens anders op richten!' Dus hou ik me bezig met praktische zaken en het voorbereiden van terug aan het werk gaan, ga ik uit en maak ik plezier en mediteer ik met nog ietsje meer toewijding. Ik geniet met volle teugen van Chris en Uma.

Het steeds dikker wordende ei probeer ik ondertussen te bedelven onder chocolade. Als dat niet helpt, gooi ik er een paar extra aperitiefjes en dat biertje te veel tegenaan. Eens zien of ik hem kan verdrinken.

Het ei kan drijven.

Als ik ook wel zie dat het allemaal niet helpt, beslis ik het ei te laten zitten tot het vanzelf weggaat. Ik heb er last van, het zit me in de weg, maar ik ken geen manier om het te doen verdwijnen.

Dat duurt tot ik een laatste kleine ingreep moet ondergaan: de laatste fase van de tepelreconstructie is een kleurtatoeage. Klein bier vergeleken met wat ik allemaal heb ondergaan, maar blijkbaar is mijn grens bereikt van wat ik kan verdragen. De chirurg plant een grote naald in mijn borst om ze te verdoven en wrikt die heen en weer, om het verdovend middel goed te verspreiden. Néé, wéér datzelfde als bij de tepelreconstructie! Ik verstijf en bijna roep ik boos: ‘Wees voorzichtig, man! Moet dat nu echt op die manier!?' Maar hij prikt al een tweede keer en wéér wrikt hij de naald heen en weer. Ik kan alleen nog de tanden op elkaar klemmen om het niet uit te schreeuwen.
Na een half uurtje is de verdoving uitgewerkt, maar is de verpleegster nog lang niet klaar met tatoeëren. Als ze mijn vertrokken gezicht ziet, stelt ze voor nog een beetje verdoving bij te geven, maar het zweet breekt me uit als ik aan die gemene man met zijn naald denk en ik zeg haar dat ze door moet gaan, dan maar zonder verdoving.
‘Pijn!' klinkt een klein stemmetje in mijn hoofd. Als een klein kind voel ik mij, dat wil huilen maar niet durft bij de dokter. Straks, als alles voorbij is, ga ik bij mijn mama, beloof ik mezelf.

Dat doe ik ook.   haas

Mijn mama vangt de pijn in de korf van haar schoot en ik mag janken en getroost worden.
Daardoor breekt de schaal van het ei en daar is hij in vol ornaat: angsthaas. Heel even zie ik weer het schrikbeeld van doodgaan en als een echte haas wil ik er vandoor. Weg, weg, weg. Ik daver en ik beef.

‘Ik ben zo bang', zeg ik tegen mijn mama.

‘Ik ook,' zegt mijn mama.
Ik kijk naar angsthaas. Hij krimpt.
‘Ik ben niet altijd bang, hoor mama. Het komt in vlagen.'
‘Dat is precies zo bij mij, liefje,' zegt ze.

Het is alsof angsthaas daardoor gestreeld wordt en plots is hij verdwenen.

't Is niet mijn eerste ontmoeting met hem en het zal mijn laatste niet zijn.

 

 

 

 

 

12:01 Gepost door Freya in Algemeen | Permalink | Commentaren (6) |  Facebook |

06-11-07

komt dat zien komt dat zien

 Vree wijs panelgesprek in de universiteit van Gent en er komt zo een vree wijze praten maat.

Het Universitair Ziekenhuis Gent organiseert een cyclus Info-avonden voor het publiek met als 47ste thema

Overleven na kanker” ter gelegenheid van het 15-jarig bestaan van de dienst Medische Oncologie Moderator:        
Prof. dr. Simon Van Belle, diensthoofd Medische Oncologie UZ Gent
 
Plaats van de huisarts in de oncologie        
Dr. Jan Van Elsen, huisarts Omgaan met angst voor herval        
Wim Schrauwen, psycholoog Medische Oncologie UZ Gent
 
Werkhervatting en laattijdige nevenwerkingen na behandeling        
Martine D’halluin, hoofdverpleegkundige Medische Oncologie UZ Gent
 
Fysieke activiteit als revalidatieprogramma: EU’REKA’ en REKANTO        
Barbara Van Ruymbeke, wetenschappelijk medewerkster EU’REKA’
         Prof. Jan Bourgois, REVAKI 
Lotgenoten via internet        
Freya Van Den Bossche, patiënte
 
Panelgesprek met alle sprekers en stafleden van de dienst Medische Oncologie
Prof. dr. Simon Van Belle, prof. dr. Veronique Cocquyt, dr. Sylvie Rottey, dr. Hannelore Denys
          
DONDERDAG 8 NOVEMBER 2007OM 20 UUR IN AUDITORIUM D(Dwarsgebouw Rechts, tussen Poli 4 en Poli

TOEGANG & PARKING GRATIS

GELEGENHEID TOT VRAGEN STELLEN
 Plaats:            Universitair Ziekenhuis Gent – auditorium D Info:
           
Dienst Communicatie UZ Gent – De Pintelaan 185 – 9000 Gent
           
Tel.: 09 332 46 70

11:08 Gepost door Freya in Algemeen | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |