11-04-08

Op tocht

Toen ik haar vijf jaar geleden voor het eerst zag kon ze zo uit een sprookje gestapt zijn. Een frêle kleine vrouw met karbonkels van ogen en eindeloos lang, dik haar. Maar haar fragiele uiterlijk en broze stem zijn een bedrieglijke verpakking voor de sterke persoonlijkheid die er in schuilt.

Frie herbergt in het lichaam van een fee de kracht van een witte heks.

Ze heeft een mysterie over zich zonder dat ze mysterieus doet, een Weten zonder dat ze het beter weet, een Wijsheid zonder dat ze daar mee te koop loopt. Vandaar dat ze er zo leeftijdsloos uitziet.

Ik heb haar talloze keren gevraagd hoe oud ze precies was, om het antwoord meteen weer te vergeten, misleid door haar uiterlijk.

Maar nu is het getal in mijn geheugen gegrift, want in januari 2009 wordt ze 55.

-Vijfenvijftig, dat is een leeftijd waarop ik altijd al een knalfuif wou geven. En dat ga ik ook nog doen. De dokters hebben me nog een jaar gegeven, dus dat moet lukken.

-Longkanker, had ze zes maanden geleden aan de telefoon gezegd.

Uitzaaiingen in de andere long, hoorde ik enkele weken geleden.
Er werd chemo gestart.

Pas toen ze met een longembolie tussen leven en dood zweefde, zagen de dokters in dat wat ze altijd had gezegd, namelijk dat de chemo haar kapot zou maken, waar was.
De behandeling werd stopgezet.

 

Ik zit aan haar keukentafel, in het kleine gezellige huisje.

Met een bang hartje ben ik naar haar toe gereden. Tja, het is niet omdat je zelf kanker hebt gehad dat je plots een handleiding hebt om met alle situaties even losjes om te gaan. Ik was bang dat ik uit angst en verdriet zou terugschrikken en dat zij dat zou voelen. En dat wilde ik niet.

Maar die angst hoefde niet, natuurlijk.

Van zodra ik haar ogen zag, wist ik het weer: Luisteren en nabij zijn is voldoende.

Als je dichter bij de dood komt is het leven vol vreugde. Die vreugde veegt de angst en het verdriet om het nakende afscheid niet weg. Maar ze legt wel een groter bewustzijn in het leven. Zo zijn leven en dood met elkaar verweven en wie dat weet, herkent elkaar.
Die onbewuste draad van herkenning pikken wij nu zonder omhaal op en dan ontspint zich een werkelijk gesprek.

Sereen praat ze over alles wat haar bezighoudt.

Ze houdt van het leven, ze wil hier nog een tijdje zijn, ze wil grootmoeder worden en ze heeft nog duizend plannen. Haar huis is gevuld met haar kunstwerken, ze wil nog zoveel doen met haar gaven. Ze bruist van levenslust.
Het meest van al treft me dit: dat zij aanvaardt, wat er ook komt. Er is geen tegenspraak tussen de hoop om verder te leven en de aanvaarding dat het afgelopen kan zijn.
En als zij zegt dat de dood haar geen angst aanjaagt, geloof ik haar.

Ze heeft hem al zo vaak in de ogen gekeken.

 

Frie heeft haar leven consequent volgens haar eigen inzichten geleefd en haar huis weerspiegelt die levenswijze. Het huis is meer dan sober, met een toilet buiten, een kolenkachel, minimale sanitaire voorzieningen. Maar haar leven draait niet rond binnen, de kern van haar huis ligt in de tuin.

Op jonge leeftijd wist ze al dat ze een natuurmens was die niet aardt in het jachtige leven dat ons wordt opgelegd. Dus trok ze jaren als een nomade rond, levend van de fruitpluk. De wereld was haar thuis.

Ook later, toen ze niet langer kon rondtrekken omdat haar zoon naar school moest, leefde ze op haar eigen manier. Ze huurde een stuk grond en ze verbouwde alles zelf.
Ze deed geen beroep op de mogelijkheid op een uitkering, ze deed niet als zovelen: de maatschappij verwerpen maar je ondertussen wel door de maatschappij laten verzorgen. Frie verwerpt niets, ze creeërt simpelweg haar eigen universum en zorgt daarin voor zichzelf.

En met een soepelheid die echt wijze mensen kenmerkt, stapte ze terug in de draaimolen van onze maatschappij op het moment dat haar zoon dat nodig had. 

Wat een vrouw.  

 

Half mei begint ze aan haar grote tocht, samen met haar volwassen zoon, naar Santiago de Compstella.

- Hoop je op een mirakel? waag ik te vragen.

- Bwa, antwoordt ze grinnikend...'t is gewoon belangrijk dat ik die tocht doe.....maar als we met zijn allen echt in mirakels geloven, dan gebeuren die ook.

 

Er wordt door vrienden een benefiet gegeven om Frie te ondersteunen.

Ze wil geen aalmoezen, maar ik mocht van haar wel dit stukje over haar schrijven.

 

Als we met zijn allen echt in mirakels geloven, dan gebeuren die.

 

 

15:01 Gepost door Freya in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

Commentaren

mooi... Ik geloof in mirakels...

Gepost door: me, myself | 11-04-08

En ook ik geloof in mirakels...

Gepost door: Elly | 11-04-08

waarom niet in mirakels geloven,hoop doet leven, toch?
raar om zeggen,maar op zo,n momenten ben ik blij dat die vreselijke ziekte in mijn leven geslopen is,wat een heerlijke mensen heb ik leren kennen.

Gepost door: ingrid | 11-04-08

ikke ook tijdens een van mijn psychoze stak ik het tussen mijn 2 oren om te beginnen met wandelen.perspectief op lange termijn .......compostella.
nu wandel ik nog steeds GRkes af nu en dan met pak en zak waarbij ik dan wild kampeer en plas.
nu er 2 kinderen zijn en ook kattie in behandeling is komt het er niet meer zo goed van om wat trekkinskes te doen. maar mijn droom en dit al 6 jaar is stappen naar compostella nu is den tijd niet maar misschien wie weet als ik 55 ben.

Gepost door: peter | 11-06-08

De commentaren zijn gesloten.