29-04-08

Terug op de arbeidsmarkt

Ik ben terug op de arbeidsmarkt. Wie mijn blog al een tijdje leest, weet dat ik een broertje dood heb aan administratieve rompslomp. Maar wat ging het die dag allemaal vlotjes!werkzoekende

Eerst naar de Vlaamse dienst voor Arbeidsbemiddeling, waar ik zonder wachten werd geholpen om me opnieuw op de arbeidsmarkt te positioneren. Dan naar de Hulpkas voor Werkloosheidsuitkering, om mijn aanvraag voor een uitkering in te dienen – en jongens, wat is dat een mottig gebouw in Gent, vast zo gekozen om werklozen een negatief gevoel over hun statuut te geven, zodat ze snel werk zoeken. Maar ook daar was er slechts één wachtende voor me. Vervolgens naar de ziekenkas, waar ik om vijf na twaalf aankwam. Lunchtijd.

‘Ach, komt u toch nog maar,’ zei de mevrouw aan de balie. Ik vrolijk naar de balie.

‘Heeft u het ‘bewijs van arbeidshervatting of werkloosheid’ bij?’ vroeg ze.

Oei, dat is dat wit kaartje…

‘Neen, helaas.’ Toch geen ongecompliceerde dag, dacht ik al. Maar neen. Zei die mevrouw:

‘Ach wat, dit attest van de Hulpkas is voldoende…’ en op een wip stond ik weer buiten.

 

De goden waren me werkelijk gunstig gezind die dag.

Bij de Vlaamse Dienst voor arbeidsbemiddeling was het ook al zo een sympathieke madam geweest die me vooruithielp. Er wordt daar min of meer van elke niet- complete- computer - analfabeet verwacht dat je jezelf inschrijft op de arbeidsmarkt en ook je profiel aanpast. Dat gaat met een online formulier, en laat ik aan die dingen nu ook een hekel hebben. Ik ben geen administratief wonder, en ik heb de vurige ambitie dat zo te houden.

Dus deed die mevrouw dat samen met mij.

‘Dus u bent beschikbaar voor de arbeidsmarkt?’ vroeg ze me officieel.

Ja, antwoordde ik met een uitgestreken gezicht. En onbewogen ging ik samen met haar op zoek naar passende vacatures.

‘Begeleider van drugverslaafden?’

Mijn eerste beroep. Geef maar mee!

‘Vormingswerker?’

Mijn laatste beroep, waarom niet?

‘Coördinator internationale projecten op een hogeschool?’

He! Ja!

Ik zag mezelf al, net als in de tijd dat ik internationale projecten deed voor De Sleutel, naar congressen over heel Europa reizen en leuke telefoontjes doen met mensen uit verschillende landen.

Ik voelde onmiddellijk de verandering. Er is wel degelijk een kwaliteitsverschil tussen ‘op invaliditeit staan’ en ‘op zoek zijn naar werk’.

Opnieuw een actief lid van de samenleving! Zelf mijn boterham verdienen, onafhankelijk! Hoezee!

Mijn beroep als psychotherapeut weer kunnen oppakken, eerst nog in bijberoep, maar dan, misschien…….

Ik werd er enthousiast van.

   

Thuis, de vacatures in de hand, grepen ze me naar de keel.

Wil ik dit wel? Terugkeren naar één van mijn vorige beroepen, die ik heel graag deed, maar…….waar ik altijd het gevoel had dat ik er net niet in verzoop….waar ik net dat tikje tekort kwam om ontspannen te werken,. ..waar ik net dat ietsje arbeidsvreugde miste omdat ik voelde dat ik niet aan het doen was waar ik het beste in ben…..

Neen!

Beelden werden steeds duidelijker.

Ik, alleen met mijn cliënten.

Ik, achter mijn computer, bezig een tekst ineen te draaien.

Ik, rustig, gelukkig.

Wetend dat ik aan het doen ben waar ik voor gemaakt ben.

 

Resoluut pakte ik de telefoon en belde Annemie. Annemie, die samen met Barbara een bedrijfje als schrijver en redacteur runt. En ik bood me aan.

En,…. werkelijk, die goden hadden een topdag…Annemie reageerde positief!

 

Toen ik mijn mobieltje dichtklapte, zag ik de toekomst als een zonnig, breed pad, met een spelende Freya daar op.

    

 

11:29 Gepost door Freya in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

23-04-08

kleine wondertjes

Sommigen noemen het synchronisiteit. Het is een modern woord voor wat vroeger wonderen werd genoemd. Ik geloof dat het Jung was die het bedacht. Jung, die volgens mij ook gewoon in wonderen geloofde, maar dat als wetenschapper niet kon maken en toen maar een duur woord bedacht voor het fenomeen. 

Synchroniciteit dus.
Daar spreekt men van als twee gebeurtenissen gelijktijdig gebeuren, alsof ze iets met elkaar te maken hebben.

Mijn grootvader zag overal synchroniciteit in. Als een niesbui volgde op een uitspraak zei hij: 'Het is de waarheid, t is beniesd!'
Of als ik iets stouts deed en ik me vrijwel in één beweging bezeerde, zei hij: 'Het is Jezuske die je straft.'
Ja, zo ga je vanzelf geloven dat dingen die niets met elkaar te maken hebben, toch samenhangen.

Maar laatst kreeg ik een prachtig staaltje van synchroniciteit.
Ik banjerde met mijn fiets door het verkeer. Mijn humeur was die dag van een erbarmelijke kwaliteit. Maar precies op die dagen dat je niet zoveel kan hebben, kom je het ene obstakel na het andere tegen. Komt het u bekend voor? Synchroniciteit!
De dag was te laat begonnen, beter gezegd: ik had me overslapen. Dus moeten we ons haasten en laat Uma nu net een broertje dood hebben aan haasten. Dus gaat zij lekker dwars liggen. Daar reageer ik weer op met die stem net een decibel te hoog.
Vanbinnen grommelend begeef ik me dan op weg, Uma achterop. Maar natuurlijk  zijn ,net dan alle gevaarlijke chauffeurs op de baan losgelaten. De een snijdt me de pas af, de ander draait zijn wagen doodleuk vlak voor mijn wielen. Een derde vindt het fietspad waarover ik met een rotvaart aan kom rijden, de ideale parkeerplaats.

Tegen die tijd is de grommelende beer in mij een brullende beer.

Maar precies daar erger ik me aan. Ik vind het vreselijk dat ik me zo uit mijn humeur laat brengen door pietluttigheden. Ik wil mezelf oppeppen, maar ik kan het niet stoppen.
'Verdorie, ik zou wat graag van dat rothumeur verlost zijn' denk ik, terug op weg  naar huis.

Op dat moment rijdt een klein busje me voorbij. In dat busje het stralend gezicht van een mongooltje. Onze blikken kruisen elkaar. En bijna zonder dat ik het in de gaten heb, gaat mijn hand de lucht in en zwaai ik naar hem. Wat ik terugkrijg is een uitbarsting van pure vreugde, hevig armgezwaai en een gezicht dat zo mogelijk nog meer straalt.

Sychroniciteit!

Weg humeurigheid!

15:37 Gepost door Freya in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

14-04-08

Tataaa!!!


Uitgeverij Lannoo nodigt u van harte uit op de voorstelling van het boek van Freya Van den Bossche

boek 

Mijn partner

mijn kind

mijn kanker

 

op woensdag 7 mei 2009 om 19u

bij de Vieze Gasten

Reinaardstraat 125

9000 Gent

 

programma

 

Verwelkoming en inleiding

 Dirk Demuynck, uitgever algemeen fonds

 

Maxime, nichtje van Freya, leest voor uit het boek

 

Muzikaal intermezzo

De valse teefjes

 

Panelgesprek

Freya van den bossche, auteur

Wim Schrauwen, psycholoog afdeling oncologie

Nico Van den Bossche, broer van Freya

Het gesprek wordt gemodereerd door Phara de Aguirre

Muzikaal slot

De Valse teefjes

 

Receptie


 

Zo ongeveer ziet de uitnodiging er uit. 't Een en 't ander hé!

Ik ben echt fier.

Maar ik heb ook een beetje schrik dat ik misschien toch hier en daar een aantal mensen vergeten uitnodigen heb. Sommigen krijgen nog een schriftelijke invitatie, maar indien je ook dat niet krijgt en je wil graag op de voorstelling van mijn boek zijn: geef een seintje naar Lannoo, ge zijt welgekomen!

Mijn boek zal die avond verkrijgbaar zijn tegen iets goedkopere prijs dan in de handel, men zegge het voort!

 

14:00 Gepost door Freya in Algemeen | Permalink | Commentaren (10) |  Facebook |

11-04-08

Op tocht

Toen ik haar vijf jaar geleden voor het eerst zag kon ze zo uit een sprookje gestapt zijn. Een frêle kleine vrouw met karbonkels van ogen en eindeloos lang, dik haar. Maar haar fragiele uiterlijk en broze stem zijn een bedrieglijke verpakking voor de sterke persoonlijkheid die er in schuilt.

Frie herbergt in het lichaam van een fee de kracht van een witte heks.

Ze heeft een mysterie over zich zonder dat ze mysterieus doet, een Weten zonder dat ze het beter weet, een Wijsheid zonder dat ze daar mee te koop loopt. Vandaar dat ze er zo leeftijdsloos uitziet.

Ik heb haar talloze keren gevraagd hoe oud ze precies was, om het antwoord meteen weer te vergeten, misleid door haar uiterlijk.

Maar nu is het getal in mijn geheugen gegrift, want in januari 2009 wordt ze 55.

-Vijfenvijftig, dat is een leeftijd waarop ik altijd al een knalfuif wou geven. En dat ga ik ook nog doen. De dokters hebben me nog een jaar gegeven, dus dat moet lukken.

-Longkanker, had ze zes maanden geleden aan de telefoon gezegd.

Uitzaaiingen in de andere long, hoorde ik enkele weken geleden.
Er werd chemo gestart.

Pas toen ze met een longembolie tussen leven en dood zweefde, zagen de dokters in dat wat ze altijd had gezegd, namelijk dat de chemo haar kapot zou maken, waar was.
De behandeling werd stopgezet.

 

Ik zit aan haar keukentafel, in het kleine gezellige huisje.

Met een bang hartje ben ik naar haar toe gereden. Tja, het is niet omdat je zelf kanker hebt gehad dat je plots een handleiding hebt om met alle situaties even losjes om te gaan. Ik was bang dat ik uit angst en verdriet zou terugschrikken en dat zij dat zou voelen. En dat wilde ik niet.

Maar die angst hoefde niet, natuurlijk.

Van zodra ik haar ogen zag, wist ik het weer: Luisteren en nabij zijn is voldoende.

Als je dichter bij de dood komt is het leven vol vreugde. Die vreugde veegt de angst en het verdriet om het nakende afscheid niet weg. Maar ze legt wel een groter bewustzijn in het leven. Zo zijn leven en dood met elkaar verweven en wie dat weet, herkent elkaar.
Die onbewuste draad van herkenning pikken wij nu zonder omhaal op en dan ontspint zich een werkelijk gesprek.

Sereen praat ze over alles wat haar bezighoudt.

Ze houdt van het leven, ze wil hier nog een tijdje zijn, ze wil grootmoeder worden en ze heeft nog duizend plannen. Haar huis is gevuld met haar kunstwerken, ze wil nog zoveel doen met haar gaven. Ze bruist van levenslust.
Het meest van al treft me dit: dat zij aanvaardt, wat er ook komt. Er is geen tegenspraak tussen de hoop om verder te leven en de aanvaarding dat het afgelopen kan zijn.
En als zij zegt dat de dood haar geen angst aanjaagt, geloof ik haar.

Ze heeft hem al zo vaak in de ogen gekeken.

 

Frie heeft haar leven consequent volgens haar eigen inzichten geleefd en haar huis weerspiegelt die levenswijze. Het huis is meer dan sober, met een toilet buiten, een kolenkachel, minimale sanitaire voorzieningen. Maar haar leven draait niet rond binnen, de kern van haar huis ligt in de tuin.

Op jonge leeftijd wist ze al dat ze een natuurmens was die niet aardt in het jachtige leven dat ons wordt opgelegd. Dus trok ze jaren als een nomade rond, levend van de fruitpluk. De wereld was haar thuis.

Ook later, toen ze niet langer kon rondtrekken omdat haar zoon naar school moest, leefde ze op haar eigen manier. Ze huurde een stuk grond en ze verbouwde alles zelf.
Ze deed geen beroep op de mogelijkheid op een uitkering, ze deed niet als zovelen: de maatschappij verwerpen maar je ondertussen wel door de maatschappij laten verzorgen. Frie verwerpt niets, ze creeërt simpelweg haar eigen universum en zorgt daarin voor zichzelf.

En met een soepelheid die echt wijze mensen kenmerkt, stapte ze terug in de draaimolen van onze maatschappij op het moment dat haar zoon dat nodig had. 

Wat een vrouw.  

 

Half mei begint ze aan haar grote tocht, samen met haar volwassen zoon, naar Santiago de Compstella.

- Hoop je op een mirakel? waag ik te vragen.

- Bwa, antwoordt ze grinnikend...'t is gewoon belangrijk dat ik die tocht doe.....maar als we met zijn allen echt in mirakels geloven, dan gebeuren die ook.

 

Er wordt door vrienden een benefiet gegeven om Frie te ondersteunen.

Ze wil geen aalmoezen, maar ik mocht van haar wel dit stukje over haar schrijven.

 

Als we met zijn allen echt in mirakels geloven, dan gebeuren die.

 

 

15:01 Gepost door Freya in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

02-04-08

vadertje tijd

Tijd bestaat niet, beweert men. Het is een uitvinding van de mens.

Ik wil dat wel geloven, maar Tijd doet toch rare dingen, al bestaat hij niet. Ziet u, veertien uren vliegen zitten er tussen Lima en Brussel.
Toen we vertrokken wonnen we die dag ongeveer vier uren. Toen we terugkeerden verloren we er zes. Twee uren zijn dus zoek.
En nu loop ik me af te vragen of er in dat schemergebied waar Vadertje tijd de plak zwaait, in dat gat waar die twee uren verdwaald zijn, iets met mij gebeurd is. 16am108

We scheerden op een bepaald moment rakelings over een Andestop Ik zag de strenge pieken angstwekkend dicht naderen en ik krulde al mijn tenen om de schok op te vangen, want ik waande me in die scène van de film 'Alive', die waarin het vliegtuig op een top crasht in diezelfde Andes en waarin de overlevenden achterblijven in dat verschrikkelijk mensonvriendelijke sneeuwlandschap, met niets om te eten dan hun dode medepassagiers. Maar ik had me van scène vergist. De berg vloeide onder ons door en in de wolkenflarden....zijn daar die twee uren gebleven? Heeft Vader Tijd die twee uren benut om iets met mij uit te vreten?
Ik weet er niets meer van, natuurlijk, maar ik stel me zo voor dat in zijn Rijk, in dat tijdsgewricht waar alle herinneringen vervagen en alle wonden geheeld worden, waar de tijd meedogenloos maar ook o zo mild kan zijn, dat daar die vrouw ontstaan is.

Want plots stel ik bij thuiskomst vast dat ik terugkijk naar mijn kankerperiode, als iets dat achter mij ligt.
In december voelde ik me nog een kankerpatiënt. Nu niet meer.

Nu woont er in mij een vrouw die kanker heeft gehad. Ze is mij zeer nabij, ze woont dicht bij mijn hart en dat is goed. Het is nodig dat ik haar af en toe nog koester. Af en toe heeft ze nog behoefte aan aandacht.
Ze wil niet genegeerd worden, ze wil niet weggemoffeld worden. Maar ze wil ook niet meer die alles overheersende rol spelen in mijn dagelijkse leven. Bij lotgenoten voelt ze zich in haar sas. Niet dat zij bij hen nog voortdurend haar ziekte loopt te herkauwen. Woordeloos gaat zij de verbinding aan. Maar bij iemand die haar bestaan wil ontkennen of minimaliseren, reageert ze vinnig. Zoals laatst. Een vrouw vroeg me of ‘alles nog goed’ was. Ik antwoordde op automatische piloot: “ik denk het wel”.
Voor mij het enige antwoord dat klopt, want ik heb geen bewijs voor het een noch voor het ander. Ik voel me goed. Maar ik voelde me ook goed toen ik kanker bleek te hebben, dus echt een referentiepunt is dat niet echt.
Zei die vrouw: -natuurlijk is alles goed, je hebt toch een mooie gezonde kleur!
Die vrouw in me die kanker heeft gehad voelt zich meteen op haar tenen getrapt. -Natuurlijk, denkt ze vinnig, -zolang ik bloos heb ik geen uitzaaiingen! Dat ik daar nog niet opgekomen ben!
-Hé trezebeze! fluister ik haar dan toe. -Niet nodig hoor. Ik weet dat je nog bang bent. Maar voor andere mensen ben jij nu onzichtbaar.
En dan is ze content.

-Ook dat gepikeerde gedoe zal verdwijnen, fluistert een oude man met een zeis vanuit de wolken me toe.
En dan ben ik ook content.

10:45 Gepost door Freya in Algemeen | Permalink | Commentaren (7) |  Facebook |