18-01-08

verjaardag Chris

lieve vrienden,

morgen, voor jullie vandaag al, danke Nico en Tanya! wordt mijn ventje 39 jaar. We zitten dan in Ollantaytambo, alweer een spectaculaire ruine in de Heilige vallei. Willen jullie  hem aub via deze weg massaal gelukkige verjaardag wensen?

Vandaag lasten we een pauze dag in, maar denk niet dat dat een rustdag is, we verhuisden van hotel (in het andere was het ontbijt niet goed, nu zitten we in het door Tom aangeraden 'El Balcon'. Sorry, we zullen in het vervolg altijd luisteren, Tom), haalden geld af in de bank, vergaten KONIJN  in hotel 1, gingen dat oppikken, we  aten, zwommen met Uma in het plaatselijk openbaar zwembad - op zich een verhaal waard - en kochten schoenen voor Uma, want die krijgt hier plots een groeischeut. Ze eet ons de oren van het hoofd en vermagert, ondanks haar buitengewone eetlust en het verdiende ijsje elke dag
Gisteren bezochten we Picaq, een prachtige ruine op een bergtop vlakbij Cusco, slechts een uurtje met de bus. De bus vertrok van zo een typisch verschrikkelijke plek die je niet kan beschrijven aan mensen die hier niet zijn geweest. Het 'busstation' is een binnenplaats, waar niks verraadt dat het een busstation is, behalve dat het er vol drukke mensen loopt, stinkt en dat er ergens in een hoek een boleteria is waar je, als je veel geluk hebt, een zitplaats kan kopen. IK moest dringend plassen en ja hoor, o zo vertrouwd maar nooit gewenst: een stinkend toilet zonder wc bril, zonder wc papier en zonder spoelwater. Gelukkig moest Uma toen niet. Maar ik moet zeggen dat ze het heel dapper doorstaat, al die toiletjes hier die zij niet vertrouwt. Ze heeft snel geleerd dat een hotelkamer 'thuis' is, en dus gaat ze 'thuis' naar het toilet, ook al komt het water vreemd hoog omhoog bij het doortrekken. Dat moet nogal iets zijn voor zo een kind he. Ook haar tentje geeft haar een gevoel van thuis, en gelukkig ook de volledige tas speelgoed die wij overal meezeulen. Vandaag bond ik haar babyborn pop, een bruintje die behoorlijk zwaar weegt, met mijn sjaal op haar rug, en al de mensen hier waren natuurlijk helemaal vertederd.
Maar waar was ik? O ja, op weg naar Pisacq Ik wist nog van 12 jaar geleden, de laatste keer dat ik het bezocht, dat de weg van het dorpje naar de ruines boven lang was, dus we namen een taxi, maar verleden week is er een heel groot rotsblok op de weg gevallen, en we moesten een eindje te voet. Alles samen stapten we ongeveer drie uren, om de mooie tempel van de zon te bezoeken, de sacale badhuizen en de huizen van de boeren met hun terrassen, dit gevolgd door een spectaculaire afdaling van een dik uur. Ik hield eerlijk gezegd mijn hart vast, als je de film zal zien zal je meteen begrijpen warom: links ging het recht naar beneden en het pad was niet bepaald een wandelpad in 't groot park in Gent. Gladde rotsen, glibberig grind, en natuurstenen trappen van een halve meter hoog. Maar ze deden het prima, Chris en Uma. Ik erachteraan met mijn camera. Op de film van de reis naar Peru kom ik niet voor, ik ben degene die filmt.
Ik was ferm fier op mijn gezin, wij doen dat hier goed, samen. Chris en ik functioneren als een perfect op elkaar afgestemd duo en het is een heel hechte, intense manier van gezinnetje spelen, zo samen reizen.
Op deze computer kan ik geen foto's downloaden, maar maandag, als het me lukt, zet ik er een hele reeks op,
bij leven en welzijn, tot dan!

03:26 Gepost door Freya in Algemeen | Permalink | Commentaren (15) |  Facebook |

Cusco

Zeven uur ´s morgens in Cusco en ik zit al achter de computer. We kruipen vroeg in bed, want uitgaan is er natuurlijk niet bij met ons kleintje. We hebben de babyfoon mee en zouden in de living kunnen gaan zitten maar ach, als Uma ligt te slapen genieten wij van het lezen in bed en het kijken naar de Spaansgedubde films op het tv´tje in onze kamer.

Wandelend in deze straten flitsen de herinneringen voorbij. Veel herken ik, veel is veranderd, maar wat blijft is de sfeer die deze stad zo speciaal maakt. Ondanks de duizenden toeristen die hier elk jaar passeren, blijft ze fris, alsof ze elke ochtend opnieuw wordt geboren.
busstation
in het busstation in Chivay, dichtbij Colca Canyon

Neen, het was geen liefde op het eerste gezicht toen mijn voeten de Peruaanse bodem opnieuw raakten.
Er was herkenning. Alsof je opnieuw met een oude minnaar in bed duikt: vertrouwd, maar niet echt opwindend.
Natuurlijk genoot ik, die typische Latijns Amerikaanse mengeling van geuren in Lima maakte me blij: Zee, stad, stof en de stank van afval die op de een of andere manier altijd naar kippestront ruikt. Ik hou er van.
En toch raakte ik niet in vervoering. Pas toen we Lima verlieten en de bergen introkken: Arequipa, Ynaqué en nu Cusco, begint mijn ziel mee te kloppen op het ritme van dit land.
De Andes, rijk en woest en ruw en mensonvriendelijk: hier is het dat mijn hart opspringt, mijn adem frisser wordt en mijn stap lichter.

Haaaa, thuis!

Ik misti
El Misti, heerser over Arequipa
 

03:00 Gepost door Freya in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

13-01-08

Avontuur op z´n Freya´s

Hier zit ik weer, in hetzelfde internetlokaal in Arequipa. Eventjes op en af geweest naar de Colca Canyon: drie uren op en drie uren af en géén Condor gezien. We zijn er maar een nacht gebleven....

Chris en ik wilden persé niet met een tourbus gaan en we hebben het geweten waarom ze zulke dingen inleggen....
Nochtans, vol goede moed waren we gisterenochtend vertrokken, fier op onszelf: zelf een hotel gereserveerd dat er pico bello uitzag in de Lonely Planet, en zelf met de bus naar Chivay en daarna naar Yanque getuft. Onderweg was het schitterend. we zaten in een local bus, vol met bolhoed madammekes en bijhorende kinderen. Het schattige madammeke dat naast ons in de bus zat pikte zonder enige gêne onze zitplaats in: kordaat installeerde ze zich met haar zware tas aan het raampje, begon vervolgens omstandig haar baby te verversen en legde hem daarna te slapen. Ondertussen wachtten Chris en ik geduldig en namen we Umake op schoot, we wilden dat mens haar ding laten doen en dan onze plek innemen. Toen het me wat lang begon te duren, repeteerde ik wat ik zou gaan zeggen om haar er op te wijzen dat wij voor die plek hadden betaald....maar net op dat moment vertelde zij tegen de vrouw achter ons hoe ziek haar baby was, ze keuvelden vrolijk over gele diarree en krampen en de beste remedies hiertegen. Ze probeerde hem de borst te geven maar hij dronk niet en ze was duidelijk heel bezorgd omdat hij hij koorts had....ja, toen had ik het hart niet meer hé. Dus Uma bracht de hele reis op onze schoot door.
De familie achter ons bestond uit een moeder met vier kinderen en spelend met Konijn legde ik contact met de oudste dochter: Gabriela. Algauw kwam jonger zusje Mariela er bij, de felste van een tweeling, de andere helft heette Isabela. Algauw zaten de twee samen met Uma in een boekje te kijken en te plakken, Gabriela leerde ons de woorden van alle dieren in het Spaans....
Nog nooit eerder ben ik er in geslaagd contact te leggen met de Andesmensen, maar op deze reis, dankzij ons Uma hebben we al talloze gesprekken gevoerd. Enfin, talloos: het is een beetje zoeken want noch voor hen noch voor ons is het Spaans evident. Quechua is hier de taal en hun Spaans klinkt als Quechua, ze maken zinnen zonder lidwoorden en met een minimum aan werkwoorden.

In Yanqué wachtte ons een verrassing: ik had  verwacht enkele auto´s of busjes te zien op het dorpsplein want het was mijn plan er een te huren om naar Cruz del Condor te gaan, maar neen: lege straten.En geen aanwijzing waar die Auberge de Colca kon zijn....we liepen finaal de verkeerde kant uit. We moeten nogal een zicht zijn geweest: twee blanken met een blond kind, één zeult met een roltas over de bemodderde straten, proberend de ezelstront te ontwijken, één zeult met een blauwe snoopy tas vol met speelgoed. Een vriendelijke dame negeerde mijn prottest en nam resoluut het handvat van mijn tas vast en begeleidde ons naar het Aubergue: twintig minuten stappen. Vanzelfsprekend vinden ze dat hier.
Uma? Geen klacht, de hele weg niet! Dat kind ontpopt zich tot wereldreiziger!
Het hotel was fantastisch. Stel je voor. een Spa resort op 3600 meter hoogte! Chique bedoening, met sauna en jacuzzi, open haard, VERWARMING op de kamers...een onverantwoord energieverslindende plek eigenlijk. De sauna werd opgestookt met houtblokken, op een plek waar 50km in de omtrek geen boom te zien is....voor letterlijk 6 toeristen. Het hotel was leeg want regenseizoen. Je krijgt er algauw een gevoel van vervreemding: zo een groot spel in the middel of nowhere, en je zit daar alleen! Enfin, Uma kan vertellen dat ze haar eerste sauna in de Andes op 3600 meter hoogte kreeg.

We aten en we dronken bier en gingen vroeg naar bed want de dag nadien stonden de condors op het programma en die treden enkel tussen 6 en 10u ´s morgens op....
En toen kreeg Chris hoogteziekte. Koppijn. Angst. Misselijkheid: Overgeven.
Uma lag ook onrustig te woelen in haar bedje, al het water was al op (je moet veel drinken op die hoogte, we zaten op 3600 meter) en ik kon mezelf wel voor de kop slaan. Chris was bang, we hadden dom gedaan: je hoort eigenlijk cocathee te drinken en cocabladeren te kauwen als je op zo een hoogte zit en wat deden wij? Bierke drinken!!!
Ik voelde me kiplekker maar Chris werd met het uur zieker.
Om vijf uur stond ik op en pakte ik onze boel: mijn schattekes waren net in slaap gevallen. Om de condors te zien, was nog hoger stijgen en met hoogteziekte moet je snel dalen. Dus namen we de eerste bus die terugkeerde naar Arequipa....

Pas op, geen spijt zulle, want ook de terugkeer was spectaculair en we hebben er van genoten van zodra Chris de ziekte voelde wegtrekken. Maar als we overmorgen naar Cusco gaan zullen we het bier voor alle zekerheid vervangen door liters Mate de Coca en net als alle anderen hier cocabladeren kauwen tot ons tanden groen zien.

tot dan!

01:07 Gepost door Freya in Algemeen | Permalink | Commentaren (8) |  Facebook |

11-01-08

Gelukkig nieuwjaar

De dag voor ik vertrok heb ik nog veel energie gestoken in het verzamelen van adressen, zodat ik vanuit Peru nieuwjaarskaarten kon versturen, maar helaas, dat kost me hier 65 oude belgische frank `de bieste` en hoe graag dat ik jullie allemaal ook zie, ik drink daar toch liever een pisco voor (de nationale drank, iets met veel citroen en ei, goed voor degezondheid dus want je hebt meteen de nodige vitamines en eiwitten binnen).

De tijd vliegt maar het is pas hier, in Arequipa, de witte stad in de Andes, dat we het gevoel hebben op reis te zijn. We zijn een hele week bij Tom en Jaime gebleven in hun prachtige huis in Churrillis, een mooie wijk aan de baai van Lima.

Met een kind reizen is nogal wat anders dan alleen, met je rugzak. Er is zoveel meer om rekening mee te houden. Budgetreizen is voorgoed verleden tijd: geen zin om daar ook nog eens onze energie in te steken. Acht jaar geleden werd mijn tijd vooral in beslag genomen door uit te vissen wat ik waar het goedkoopst kon doen, nu kijken wij waar er een hotel is met tuin en zwembad en hoe we onze reistijd zo kort mogelijk kunnen houden. Enfin, Tom heeft dat voor ons gedaan, in zijn kantoor ontpopte hij zich als touroperator.
Bijna al onze energie gaat nu naar het beantwoorden van het spervuur van vragen die Uma voor ons klaar heeft. Aan het eind van de dag heeft zij nog energie, wij zijn pompaf. Veel vragen gaan over Jezuske,want wij zijn in een ultrakatholiek land en hier wordt Kerstmis nog gevierd met reuzegrote kerststallen. Bovendien, wat bezoeken wij? juist: monasterios en Iglesias (kloosters en kerken). Vraag bij terugkeer eender wat over het leven van San Fransisco of Santa Catalina: Uma zal er u graag over onderhouden. Ook het leven van nonnekes en paterkes fascineert haar mateloos.
Toen we de oude binnenstad van Lima bezochten hadden we veel bekijks: blonde Uma, met haar blauze ogen en lichte huid is een attractie. Jonge mensen lachen haar toe en roepen ´qué linda la chica´(hoe mooi dat meisje) en oude mensen kunnen het niet nalaten haar aan te raken. 

In het begin reageerde Uma op haar teruggetrokken manier, maar sinds we haar uitgelegd hebben dat de mensen haar mooi vinden en dat ze een punt kan verdienen door terug te lachen, ziet ze er als ze zo op de schouders van haar papa  zit en lieftallig naar de menigte knikt, uit als de prinses op stap.

Bij vijf punten krijgt Uma een ijsje. Omkoperij loont, wij krijgen nu heel wat van Uma gedaan.

Eergisteren maakten we een tochtje naar een eiland voor de kust van Lima waar pinguins en zeehonden zitten. We kregen wetsuits en sprongen in het water (ikke toch, onze Chris en Uma pasten). Leuk, zo tussen de zeehonden, maar de gids had niet voor niets gezegd dat we onze mond dicht moesten houden:overal uitwerpselen in het water. Ik kreeg toch een slok binnen en werd prompt ziek: tegen dat we in Lima terug waren werd ik hondsmoe en een paar uur nadien begonnen de krampen. Ziek man, ziek! Maar het is nu al veel beter.

Lieverdjes, ik moet nog uitzoeken hoe we op eigen houtje ind e colca canyon geraken, met een touroperator zien we het niet zitten omdat we dan als sardientjes in een minibus worden gepropt om uren rond te hossen en enkel te stoppen als er een koffiehuis is die een percentje mee pikt en zo. dus:

hasta lluego|

01:08 Gepost door Freya in Algemeen | Permalink | Commentaren (8) |  Facebook |

21-12-07

Peru

Mijn eerste keer was ik al 25.

Neen, trekt u niet de conclusie dat ik ook op dat vlak een laatbloeier was. Dààr was ik vroeg bij.

Ik bedoel de eerste keer dat ik Peru zag. Ik was direct verkocht. Liefde op het eerste gezicht, compleet met verhoogde hartslag, een voortdurende staat van opgewondenheid en hete tranen toen ik mijn geliefde moest verlaten.

Het was gebrek aan geld dat me dwong terug te keren naar Europa. Met nauwelijks veertigduizend frank op zak was ik naar Chili vertrokken en ik zou wel zien hoe lang ik voor dat geld kon rondreizen. Drie maanden, dus.

Drie maanden van ‘Freya in Wonderland’, doorheen Chili en Bolivië, naar Peru.

Eindelijk thuis. Eindelijk het gevoel dat mijn voeten liepen waar ze thuishoorden.

 kaart peru

Ik weet niet hoe dat komt, ik eer mijn eigen land nochtans bijzonder hoog. Maar het is pas in Latijns Amerika dat ik het gevoel heb dat mijn bloed met grotere kracht stroomt en dat ik me vrij voel. Alsof dat continent beter aansluit op mijn natuur.

Ik leerde de salsa dansen van een Colombiaanse, tijdens een feestje op het strand. ‘Eres Latina de corazón’, zei ze goedkeurend, wat zoveel betekent als ‘jij bent in je hart een Latina’. En ik wilde dat maar al te graag geloven.

De tweede keer bleef ik drie maanden in Peru en ik keerde terug naar België met het vaste voornemen te emigreren. Ik zou nog een jaar werken, geld sparen….en dan definitief vertrekken.

Maar toen kwam een andere liefde in het spel.

peru

Een man van vlees en bloed bij wie het gevoel van thuiskomen nog sterker was.

Neen, Peru, ik ben je nooit vergeten.

Deze keer breng ik mijn thuis naar jou toe. Eens kijken of het ook tussen jullie klikt.

 

Als  iemand die na jaren een oude liefde terug zal ontmoeten, leef ik met verwachtingsvolle vragen. Wat zal ik voelen als ik aankom? Zal het nog hetzelfde zijn? Heeft Peru voor mij nog steeds dezelfde aantrekkingskracht? Zal mijn hart weer van blijdschap opspringen, of zal ik helaas vaststellen dat het een blinde coup de foudre betrof?

 

In het Andesgebergte en het Amazonegebied is het wel eens hard zoeken naar een internetverbinding, maak je niet ongerust als je een hele poos niets van mij hoort.

 

Van zodra ik kan, zal ik jullie laten weten hoe de ontmoeting is verlopen.

 vrouw met kind

10:30 Gepost door Freya in Algemeen | Permalink | Commentaren (14) |  Facebook |

13-12-07

levensblijheid

De zon schijnt binnen en de stralen breken in duizend kleurrijke schilfers in hun val door de kristallen, zorgvuldig voor de ramen gehangen.
Wat is dit popelen in mijn borst? Dit dansen van mijn hart? Dit juichen van mijn ziel?

Ik ben blij. Heel gewoon blij als een kind.
'Ik weet zeker dat ik een van de gelukkigste mensen ter wereld ben,' sms ik naar mijn lief en mijn broer.
Dit gevoel is overweldigend, bijna niet te bevatten.
En het is mijn overtuiging dat veel mensen geluk niet kunnen bevatten, net zomin als verdriet. Net zoals mensen verdriet soms niet ten volle durven te voelen, durven ze ook geluk niet ten volle te voelen. Tenminste, dat merkte ik toch bij mezelf. Ik weet niet of het bij jou ook zo is, soms.
Vroeger, voor de ziekte, durfde ik niet goed genieten van geluk. Schrik dat het over zou gaan. En toen was het meteen over ook, natuurlijk.

Gekkie.

Vandaag adem ik het in. Diep, rijk ademen en met elke teug voel ik de levensblijheid tot in al mijn toppen stromen.

Het is vandaag precies een jaar geleden dat ik mijn laatste chemo kreeg. Toen had ik nooit kunnen denken dat ik me een jaar later zo zou voelen: in harmonie, vredig en goed in mijn lijf.

Dat lijf van mij doet het prima. Gisteren gaf ik voor het eerst in bijna twee jaar een vorming. Dat houdt in: om 6u uit mijn nest en hop de baan op, om 20 mensen 3 uren lang een workshop energizers te geven. Dan ben je toch algauw met opzetten van de boel en weer afbreken, een uur of vijf bezig. En ik stond er! Het ging vlot, ik had er plezier in, mijn geheugen liet me niet in de steek en naderhand was ik niet moe. Geen spatje! Ik tjolde nog heel de middag door Antwerpen met mijn rugzakske en ging 's avonds nog in mijn eentje naar Springsteen kijken.

Ik ben er weer. En dat betekent niet: mijn lijf kan weer vanalles aan. Dat is slechts een onderdeel dat bijdraagt tot mijn geluk.
'Ik' ben er weer betekent dat ik me compleet voel. Ik voel me thuis in de wereld, sta weer te popelen om hem te verkennen, ik ben nieuwsgierig naar andere mensen, kortom, ik ben vriendjes met mezelf en met de wereld.

Die klavertjes vier, weet je nog? Die voorspelden toch alle geluk van de wereld!

 

 

11:42 Gepost door Freya in Algemeen | Permalink | Commentaren (8) |  Facebook |

05-12-07

een dagje ziekenhuis

Met de Humo onder mijn arm en muntjes en chocolade in mijn handtas voel ik me helemaal klaar voor mijn dagje ziekenhuis. Ik heb heel wat op het programma staan.
In de galerij die de doorgang tussen de parkeerplaats en het onthaalgebouw vormt, kom ik de psycholoog tegen.
-Hé! Hoe gaat het?
-Prima, antwoord ik en ik voeg er naar waarheid aan toe: zonet stapte ik uit de auto en dacht ik dat ik me hier in feite wel thuis voel.
-Dàt is leuk, zegt hij.
-Ja hé! Daàg!
In P7, het bestralingsgebouw, loop ik Filip, de knappe verpleger die me altijd hoffelijk op de smalle plank onder de lineaire versneller hielp, tegen het lijf. ’t Is verdorie ferm een proper ventje, denk ik vergenoegd.
-Hé, hoe is’t?
-Geweldig! En met jou?
-Ook goed!
Met opgestoken duim ga ik door naar de wachtkamer, waar in grote manden Nic-nacjes en carolientjes staan, de kleine koekjes waar Zwarte Piet graag mee gooit.
Hé, wat leuk, denk ik.
De meneer in de wachtkamer lacht geamuseerd als ik me direct naar de mand haast en op de stoel vlak er naast plaatsneem.
-‘k Ben erg braaf geweest, verantwoord ik me met een mond vol koekjes. We lachen nog na als de verpleegster me komt halen.

Bij de bestralingsdokter, wiens naam ik niet eens ken, antwoord ik gedwee op zijn routinevragen. Of ik mijn Nolvadex nog neem en of ik veel verdikt ben. Ik weet niet eens wat ik daar eigenlijk kom doen, want hij voelt, net als Van Belle straks zal doen, aan mijn borsten. Jammer dat hij niet een beetje meer op Filip lijkt. Hij mompelt dat mijn bestraalde borst nog steeds warmer is dan de niet bestraalde. Ja, dat had ik ook al gemerkt, maar ik ben blij dat het eens bevestigd wordt. Die bestralingen werken dus nog steeds door.
Prima.

Op weg naar het volgende station neem ik een koffiepauze in de kantine. Gezellig, met mijn boekje, koffie en een koekje. Dan kom ik Martine tegen, de maatschappelijk werkster van de afdeling oncologie en een vroegere klasgenote.
-Hé, wat zie je er goed uit! Ik lees nog steeds mee op je blog hoor!
-Leuk, leuk!
We kletsen gezellig tot het tijd wordt naar mijn volgende afspraak te gaan.

In de wachtkamer van de dagkliniek oncologie is de sfeer helemaal anders. Ik herinner me goed hoe afschuwelijk ik me anderhalf jaar geleden voelde toen ik er zat te wachten op nieuws. Het staat ook nu niet op het voorhoofd van de mensen in de wachtzaal te lezen of ze hier net als ik op controle zijn, of dat ze in bange afwachting zijn van goed of slecht nieuws. Dus hou ik mijn vrolijkheid een beetje voor me.
Er staan bovendien ook geen koekjes die het ijs kunnen breken.
Mijn tijdschrift redt me van al te veel herinneringen.
De Professor komt me halen, geflankeerd door een jonge oncoloog in opleiding, alweer een knappe verschijning. Ik denk dat ze die in het UZ kweken.
Kijk, daar wordt een mens vrolijk van.
De babbel is gemoedelijk, want ik heb per mail aan de professor gevraagd of hij mijn boek- in - wording wil nalezen op medische desinformatie en dat wil hij graag. We keuvelen een beetje over het boek, en dan gaan we zoetjesaan over op de reden van mijn bezoek. Ik vertel dat ik verontrust ben als ik hoor van lotgenoten die hervallen zijn en dat ik dus een onderzoek wil.
Hij gaat er eens goed voor zitten, en legt me nog eens helemaal uit waarom hij daar geen voorstander van is. Ik heb drie doorslaggevende redenen onthouden:
Één: een jaarlijks onderzoek geeft een vals gevoel van veiligheid. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat het sterftecijfer niét hoger ligt bij mensen die geen jaarlijks onderzoek krijgen, integendeel. Stel, ik laat me nu helemaal doorlichten en in januari voel ik hier en daar iets in mijn lijf, heel subtiel. Ik zal mezelf sussen door te denken ‘op de echo was alles ok’ en er is veel kans dat ik, gesust, niet naar de dokter zal gaan.
Twee: een jaarlijks onderzoek spoort slechts in 2% van de gevallen uitzaaiingen op.
Drie: het wachten op de uitslag is lang en wordt door veel mensen als onleefbaar ervaren, alsof je telkens opnieuw die angstige periode moet doormaken als het nog niet duidelijk is of het goedaardig of kwaadaardig is. Zo veel angst voor zo weinig resultaat: is het dat wel waard? 
De Prof opteert er voor om de dingen waar ik me zorgen in maak stuk voor stuk te onderzoeken als ze zich aandienen, zoals die keer dat ik ademhalingsproblemen had en die keer van de steken in mijn zij.
-Jij kent je lijf het best, stelt hij nog. Luister er naar.
Ik ben overtuigd.
Na nog een boel informatie over de menopauzale klachten die ik heb en de nieuwe pillen die ik volgend jaar moet nemen (die de klachten nog gaan vergroten), heb ik bijna een uur bij de prof gezeten.
Tijd voor de lunch! Ik heb afgesproken met mijn nicht Sandra, die in het UZ werkt. We babbelen gezellig over opvoeding van de kinderen en over onze kindertijd en ik moet me haasten om op tijd in de Reiskliniek te zijn, waar Chris en Uma wachten om  onze vaccinaties te halen.

Aan het eind van de dag heb ik het gevoel dat kanker iets bijkomstig is geweest vandaag.
Ik heb vooral veel leuke mensen ontmoet en veel leuke babbels gehad.
Dat het zo moge blijven.

13:26 Gepost door Freya in Algemeen | Permalink | Commentaren (7) |  Facebook |